Keiko Sato is participating in
B-Sides And Rarities, a project by
lokaal01.
Participating artists:
Keiko Sato, Agentschap, Bart Lodewijks, Sarah & Charles, Gabriel Lester, Koen Theys, Sef Peeters, Nicoline Van Harskamp, Simona De Nicolai & Ivo Provoost, Christophe Van Eecke, Michiel Alberts, Jim Denley, Apart.B, Lily van der Stokker & Marijn van Kreij.
continue reading...B-Sides & Rarities
B-Sides & Rarities presenteert ongerealiseerde projecten van een reeks internationale kunstenaars. Dat lijkt bizar, want het is eigen aan ongerealiseerde projecten dat er geen eindresultaat voor handen is. Bijgevolg moet een dergelijke presentatie zich noodzakelijk richten op het proces van het maken, het ontwikkelen van gedachten en het vorm geven van iets dat nooit een eindpunt kent.
Wanneer is een werk ongerealiseerd? Er is een dunne grens tussen ongerealiseerde en onvoltooide projecten. In beide gevallen is er geen eindproduct maar beschikken we wel over voorstudies, schetsen, aanzetten, notities of andere sporen van wat had kunnen zijn. Ongerealiseerde werken blijven noodzakelijk een fragment. Heel vaak laat de voorziene voltooide vorm zich zelfs niet gissen uit wat is overgebleven. Ongerealiseerde projecten zijn als een rizoom van referentiepunten, gedachten en brokstukken die samen de sporen vormen van een project. Er is een duidelijke aanzet, een intentie om iets te maken, maar toen het werk werd afgebroken, waren er nog veel combinatie- en ontwikkelingssporen die open lagen. Een aantal fundamentele keuzes werd nooit gemaakt, niet uit onwil maar omdat ze nooit aan bod kwamen. Zelfs een werk dat in theorie volledig uitgetekend op papier staat, heeft nog ongemaakte fundamentele keuzes, want wanneer een project wordt gerealiseerd, stoot het onvermijdelijk op beperkingen (in budget, in het praktisch haalbare) die op zich nieuwe fundamentele keuzes oproepen. De brug van de fragmenten naar het mogelijke uiteindelijke werk is dus onherroepelijk en fundamenteel gebroken.
De vraag is evenwel waarom wij het vandaag artistiek relevant (kunnen) vinden om het ongerealiseerde als een gegeven te beschouwen dat het toch verdient om als ‘werk’ te worden getoond. En het gaat daarbij niet langer om het onvoltooide als een fragment dat licht kan werpen op ander, wel voltooid werk, of op het traject van een kunstenaar. Het ongerealiseerde is voor ons relevant op zichzelf en krijgt daardoor paradoxaal de allure van iets dat wel een zekere voltooidheid heeft. Het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een postmoderne gevoeligheid. Men heeft ons geleerd dat wij, postmodernen, ‘gefragmenteerd’ zijn, ‘gedecentreerd’ en ‘verbrokkeld’. Fragmenten en brokstukken zijn
voor ons een spoor, een aanzet. Het fragment is een bij uitstek ‘postmoderne’ kunstvorm. Het kunstwerk wordt dan een ‘proces’, een ‘open’ gebeuren dat zelfs principieel onvoltooid is.
Die zogenaamd postmoderne gevoeligheid is in realiteit echter grondig modern. En dan gebruiken we die term niet om te verwijzen naar het modernisme in de kunst, ook al is dat getekend door een esthetica van het gefragmenteerde, maar naar de moderniteit in de cultuurhistorische zin. De wortels van het fragment als cultureel paradigma liggen in de Renaissance en de Duitse Vroegromantiek. Wij hebben geleerd om het fragment als op zich staande eenheid te waarderen toen antieke beeldhouwwerken in de zestiende eeuw gebroken en gefragmenteerd uit de Italiaanse bodem werden gehaald. Het fragment als model van het zelfbewustzijn, en als paradigma van artistieke praktijk, was echter de grote bijdrage van de Duitse Vroegromantiek aan het westerse denken. Friedrich Schlegel heeft daartoe de aanzet gegeven. Een factor die beide invloeden gemeenschappelijk hebben, is het kunstwerk als concept, als idee. Het fragment is een spoor van iets groters (een antiek beeldhouwwerk of een volledig doorzichtig zelfbewustzijn) dat onbereikbaar blijft.
Het ongerealiseerde draagt vandaag nog altijd die sporen in zich. In zijn onvoltooide gebrokenheid wijst het vooruit naar een geheel dat wij zelf, als toeschouwer, moeten/kunnen invullen. Het fragment is als een kiem waaruit wij zelf verder moeten denken, voltooiingen aanreiken en in dialoog gaan met het werk. Zelfs wanneer de kunstenaar later terugkeert naar het ongerealiseerde dat hij/zij achterliet, doet hij/zij niets anders dan dialoog aangaan met een vroeger zelf en de gedachten die dat vroeger zelf suggereerde. In die zin is het ongerealiseerde het paradigma bij uitstek van kunst als proces, als gebeuren. Het is de goede kant van de postmoderniteit: een conceptuele kunst die niet blijft zweven in het ijle, maar zichzelf verankert in de fragmenten die het weerbarstige spoor zijn van het voltooide project dat zich hardnekkig blijft verwijderen.
Deze tentoonstelling is een proces, een fragment. Het is begrensd in de tijd, maar wezenlijk oneindig.
Christophe Van Eecke